terug



Aurora


Met het beetje kracht dat hij nog kan opbrengen, drukt Jacob een kleverige zakdoek op de lelijke wond in zijn zij. Hij voelt geen pijn. Misschien heeft de klap, waarmee hij neergekomen is, hem verdoofd?
Het felle zonlicht, de vreemde ongevoeligheid in zijn vingers, de harde rotsen onder hem,... Het zijn slechts vervelende ongemakken, niet te vergelijken met het verschrikkelijke gevoel van dorst dat hem teistert.
Wachten op hulp, dat is zijn enige optie. Een enorme moeheid heeft zich van hem meester gemaakt en het lukt hem zelfs niet in een gemakkelijker houding te gaan zitten.
De donzige verleiding van de slaap dreigt hem te overweldigen, maar ergens priemt het besef dat het gevaarlijk is om daaraan toe te geven. Terwijl alle werkelijkheid dreigt te vervagen, blijft dat ene gegeven door zijn hersens spelen: "Wakker blijven!"
In een poging om het instinctieve bevel van zijn hersens op te volgen, tracht hij zich te herinneren hoe hij hier is beland. Het lukt hem niet meteen. Door zijn geest spoken verwarde beelden. Zwaaiende armen en een schreeuw om hulp, het angstige gehuil van kinderen en... Jacob doet zijn uiterste best om zich meer te herinneren.
Hij voelt hoe iemand zich over hem buigt. De schaduw verjaagt de brandende zon en hij opent zijn ogen, voorzichtig knipperend. Naast hem knielt een vrouw in een vrolijke zomerjurk. Haar zwarte haren vallen los over haar blote schouders en ze glimlacht.
"Hallo, Jacob. Ik kom je halen. Je hebt genoeg geleden."
Hij vindt het niet vreemd dat ze hem kent. Haar aanwezigheid stelt hem gerust en hij weet dat ze een oude bekende is, ook al kan hij haar nu niet meteen plaatsen.
Eén arm glijdt onder zijn schouders om hem te steunen en met haar vrije hand houdt ze een drinkbus aan zijn lippen. Hij probeert kleine slokjes te nemen en laat het vocht enkele malen door zijn mond rollen eer hij het doorslikt.
"Ik vrees dat het je te veel moeite zal kosten om mij hier vandaan te krijgen", mompelt hij schor, ondanks het water dat hij net gedronken heeft. "Tenzij je hulp hebt?" Hoopvol probeert hij zijn hoofd op te tillen om te kijken.
"Dat zal best meevallen", stelt de vrouw hem gerust, "Laat mij eerst hier maar eens naar kijken." Haar voorzichtige vingers verwijderen de bebloede zakdoek.
"Je bent inderdaad nogal toegetakeld." Het klinkt als een kalme vaststelling.
"Ik weet niet eens meer hoe ik hier beland ben," zegt Jacob. Zijn stem verraadt hoe paniek op de loer ligt en elk moment kan toeslaan.
"Je hoeft je daarover niet druk te maken, Jacob," zegt de vrouw "Dankzij jou zijn drie kinderen aan de dood ontsnapt. Je hebt ze de kans gegeven om iets van hun leven te maken."
Jacob zucht en laat alle onrust wegglijden. Ondertussen laat de vrouw haar handen op zo'n tien centimeter afstand boven zijn lichaam glijden. Zijn gekneusde lichaam herstelt zich onder de gouden gloed die van haar handpalmen straalt en een stroom pure energie vloeit door zijn aders.
"Kom, Jacob," zegt ze en hij staat zonder moeite op. "Je bent lang genoeg alleen geweest, steeds in de bres voor anderen. Vanaf nu zal ik voor je zorgen. Je bent veilig!"
"Waarheen?" vraagt hij en ze gaat hem voor over een lichtend pad dat uit het niets lijkt te ontstaan en wegleidt van de wereld.
Even aarzelt hij. Het onbekende schrikt hem af.
"Kom," zegt ze weer en neemt hem bij de hand, "Aurora wacht!"
"Aurora?" vraagt hij.
"Een planeet in een ander sterrenstelsel. Een plaats waar eenzame en gekwetste zielen kunnen herstellen van de pijn die leven heet," verklaart de vrouw "Je hebt een pauze verdiend."
Pas nu ziet Jacob dat het pad naar een ruimteschip leidt.
"Kom ik ooit nog terug naar hier?" vraagt hij.
"Dat weet ik niet," antwoordt ze, "Als je dat nog wil..."
Haar groene ogen overtuigen hem te volgen en hij voelt zich ongelooflijk tevreden terwijl hij door de metalen deur van het schip stapt...

"Hij is dood!" zucht de hulpverlener en sluit de ogen van de man die enkele uren voordien drie kinderen het leven gered heeft.
"Pijnlijke manier om aan je einde te komen," antwoordt zijn collega "En toch, hij lijkt zo tevreden."
"Spiertrekkingen," verklaart de ander terwijl hij de dode even bestudeert, "of misschien was hij blij dat hij die kinderen heeft kunnen redden?"

Jacob lacht. Aurora is prachtig, anders en toch vertrouwd alsof hij hier lang geleden gewoond heeft. Met een schreeuw van geluk trekt hij zijn reisgenote tegen zich aan.
"Dank je!" zegt hij en tranen lopen over zijn wangen "Ik begrijp het nu!"


Rosemarie Juchtmans


Afbeelding: "Ballonvaart"
Olie op doek 70 x 60 cm
van
Marijke Vonk

"Reïncarnatie na reïncarnatie
vul ik mijn energieveld
met bewustzijn
en zo keer ik weder
naar de oorsprong
geroepen door de wind
van herinnering"