terug



Polletje Iep


Waarom schreeuwen ze zo? Waarom willen ze hem weg? Knetterende verwensingen worden hem naar het hoofd geslingerd terwijl giftige druppels sproeistof hem verbranden.
"Nee, nee, niet doen! Je vermoordt me!" gilt hij. Maar niemand luistert. Het gaat gewoon door. Hij ziet zijn vijand niet. Het lijkt wel of de aarde zelf hem aanvalt, hem wil vernietigen.
"Neeee...!!" Een laatste gil die nagalmt in zijn oren terwijl hij badend in het zweet wakker wordt.
Stil blijft hij even liggen tot zijn hart naar een normaal ritme terugzakt. Het was maar een enge droom... En neen, toch ook niet. Hij heeft die nachtmerrie echt beleefd, nauwelijks overleefd. Op het nippertje is hij ontsnapt aan totale vernietiging. In de diepste duisternis ondergedoken, zonder enig tijdsbesef, heeft hij gezweefd op het randje van de dood. Overleven was enkel nog een automatisme. Denken bracht slechts meer pijn mee en kostte energie. Energie die hij niet kon opbrengen. Elk druppeltje werd opgeslurpt door het herstelmechanisme. De drang om te blijven leven sleepte hem erdoor. Langzaam keerden zijn krachten terug, maar zelfs nadat hij volledig hersteld was, bleef hij nog lange tijd verscholen wachten. Elke dag werd hij sterker.
Met het verstrijken van de tijd werd de angst minder en durfde hij weer vrijer te ademen. Hij verliet de donkere krocht die hem als schuilplaats goed gediend had en zocht een meer aangename omgeving op. Er was weer ruimte om te leven...
Stilletjes aan wordt hij weer gelukkig, durft hij weer aan een toekomst te denken. Buren, een welvarende gemeenschap, zaterdag een feestje, zondag samen in gebed... Een partner zou leuk zijn, enkele kinderen...
De eerste vuurbal rijt zijn voorzichtige dromen aan stukken. "Niet weer" schreeuwt hij. Een tweede en derde projectiel treffen een onbelangrijk doel, maar hij weet dat het daarbij niet zal blijven.
Jankend zakt hij op zijn knien. "Waarom?" gilt hij, en zijn vuisten beuken wild op wat hij maar kan raken.
"WAAROM? WAAROM? WAAROM?" blijft hij steeds maar herhalen, en elke lettergreep beklemtoont hij met een daverende vuistslag. Hij wordt moe en hees terwijl de aanval onverminderd doorgaat.
Een trillend hoopje ellende raspt nog een laatste keer: "Waarom?"
Plots, terwijl hij daar vol overgave ligt, voelt hij meer dan hij hoort, een antwoord.
"Als jij gedijt, vermoordt je mij."
"Ik?" schrikt hij. "Dat doe ik helemaal niet. Ik ken je niet eens."
Zijn stem trilt van angst maar hij voelt ook een klein beetje hoop. Er is contact tussen hem en zijn vijand. Misschien...
"Wie ben je?" vraagt hij.
Geen antwoord.
Hij stelt de vraag opnieuw vanuit zijn hart, met alle kracht die in zijn wezen zit.
"Wie ben je?"
Hij voelt een vreemde rust over zich neerdalen terwijl hij een derde keer vraagt:
"Wie ben je?"
Nu ruist het antwoord door hem heen.
"Ik ben diegene waarin je leeft, je levensbron, je omgeving... Zonder mij kun jij niet overleven. Maar met jou gaan we samen dood."
"Wat erg!" siddert hij. "Met mij is het dus sowieso gedaan."
Een diepe droefheid daalt over hem neer. Al zijn dromen zullen onvervuld blijven. Hem rest niets meer. Of toch? Er is nog n ding dat hij kan doen, n verschil dat hij kan maken... Hij ademt diep, slikt enkele keren om zijn angst onder controle te krijgen en fluistert: "Hoe kan ik helpen?"
"Laat los, verzet je niet langer", zingt de stem.
Hij ziet bliksems, hoort donder, en alles in hem schreeuwt om te overleven, om te vechten voor zijn bestaan, om te vluchten. Maar hij geeft er niet aan toe. Bevend van inspanning gaat hij liggen, kwetsbaar open, zonder bescherming. Zou het snel gaan?
Hij voelt een warme, heldere stroom licht en pure liefde overspoelt hem, dringt binnen in zijn totale wezen. Elke cel vult zich ermee, transformeert en lost op tot hij niet meer is maar wel weer wordt.
Deel geworden van het groter geheel weet hij, begrijpt hij... en zijn hart zingt.


Rosemarie Juchtmans


Nawoord:
Plots kreeg ook ik de diagnose kanker, een ontaarde poliep in de darm. Opereren was mogelijk maar er werd gevreesd voor ernstige complicaties door mijn algemene lichamelijke toestand... Voor de operatie begon ik een verhaaltje te schrijven waarvan het de bedoeling was dat het vooraf klaar zou zijn. In mijn hoofd was het dat ook maar het opschrijven heeft veel langer geduurd.


Afbeelding: "Symbols 21"
acryl op papier van
Loes Flendrie