Alf heeft een hele stapel t-shirts.
De kleinste gebruikt hij als het kouder is als hemd, de wijdere zitten lekker koel met dit warme zomerweer.
Hij zoekt twee 'hemdjes' uit, die hij weinig draagt. Maar dan denkt hij aan wat Thamar zei over mooie kleuren. Deze t-shirts zijn al vaal. Hij heeft een heel mooi geel t-shirt met een Snoopy erop. Hij vindt hem heel mooi, maar Frits heeft hem er een keer mee geplaagd. "Die is meisjes!" had Frits geroepen.
Alf stopt de Snoopy-trui in een plastic tasje. Maar als zijn moeder merkt, dat die weg is..?
Hij twijfelt.
Dan schiet hem te binnen, dat veel kinderen wel eens iets op school kwijtraken. Als mama er naar vraagt, ben ik die trui gewoon kwijtgeraakt, bedenkt Alf.

Thamar krijgt een kleur als ze de gele Snoopy-trui ziet.
"Is die echt voor mij?" vraagt ze met stralende ogen.
Alf knikt wat en kijkt ongemakkelijk een andere kant op.
Thamar vliegt hem om zijn nek en geeft hem een dikke zoen.
Nu krijgt Alf een kleur.
Peti ziet het en moet een beetje lachen.
"Vind je hem zelf niet mooi?" vraagt ze.
Alf krijgt een nog grotere kleur. Hij vindt hem prachtig. Dat ziet hij extra goed nu Thamar de trui snel over haar hoofd heeft getrokken en er blij rondjes in huppelt.
"Hij is, eh, meisjes!" zegt hij dan.
"Die hond is toch een jongetje?" vraagt Peti verbaasd.
Alf zegt niets.
"Heb je ook Snoopy-boeken?" probeert Peti.
"Ja, een prentenboek van toen ik klein was."
"Wie is dat, Snoepie?" vraagt Thamar.
"Die staat op je trui, suffie!"
"Hoe weet ik dat nou?" zegt Thamar verongelijkt.
"Thamar heeft geen Snoopy-boek," springt Peti haar bij.
Alf denkt aan Snoopy in de Charlie Brown-tekenfilms op de televisie.
"Hebben jullie geen televisie?"
"We hebben toch geen elektriciteit," legt Peti uit.
Alf vertelt Thamar over Snoopy en wat voor gekke dingen hij allemaal doet. Dat hij vaak denkt, dat hij een piloot is en verhalen probeert te schrijven.
"Zo'n gekke hond bestaat toch niet!" lacht Thamar. "Dat zou ik wel eens willen zien, zo'n getekende film!" zegt ze dan spijtig.
"Ik wou, dat je mee mocht naar mijn huis," zegt Alf. "Dan kon je televisie kijken, mijn boeken zien, mijn speelgoed."
Ze zijn allebei heel stil.
Peti kijkt naar de twee vriendjes en daarna naar Jaap. Die zegt ook niets. Peti legt een arm om Thamar. "Jij kent weer dingen, die de kinderen in de stad niet kennen," probeert ze te troosten.
"O ja? Wat dan? Wat dan?!" schreeuwt Thamar opstandig.
"Nou eh, jij weet alles van planten en zo," probeert Peti.
"O ja?! Oh ja?! Maar dat weet Alf ook! En Alf mag naar school en naar winkels en getekende films kijken en veel boeken lezen en met heel veel kinderen spelen en in een lift reizen en met auto's en hij heeft ook een fiets!" schreeuwt Thamar.
Ze is heel boos en verdrietig tegelijk.
"Ik wil hier ook wel eens weg, hoor!"
Ze rukt zich los en holt huilend naar buiten. Alf staat er bedremmeld bij, maar rent haar dan achterna. Hij ziet haar niet, maar zijn gevoel zegt hem, waar ze heen is gegaan.
Bij het moeras ziet hij haar lopen.
"Thamar! Wacht even!"
Maar ze rent door.
Alf kan haar niet zo snel achterna. Hij is nog niet zo goed gewend om door het moeras zijn weg te zoeken. Bijna zet hij zijn voet verkeerd. Hij struikelt, komt half onder de prut overeind.
"Thamar! Wacht nou!"
Alf ziet, dat ze langzamer gaat lopen. Ze kijkt om.
"Ga weg!" hoort hij haar roepen.
Bij de sluizen haalt hij haar in.
Ze schopt een paar keer tegen een grote kei.
"Ga weg!" probeert ze nog een keer.
"Als ik weg moet, neem ik nooit meer een t-shirt voor je mee!" zegt Alf, half boos. "Ik kan het toch niet helpen, dat ik al die dingen heb, die jij zegt," probeert-ie zachtjes.
"O nee?!" zegt ze boos.
"Nee! Die krijg ik gewoon!" Dat was stom, bedenkt hij te laat. Dat had hij niet moeten zeggen.
"Ja, jij wel! Ik krijg dat allemaal niet van Jaap en Peti!"
Daar heeft hij geen antwoord op.
"Ze zijn stom! Ik moet alles doen wat zij zeggen. Ik mag niks! Ik mag niet eens hier komen! En al helemaal niet verder weg! Bah! Stom! Stom! Stom! Het is niet eerlijk!"
"Ik mag hier ook niet komen!" bedenkt Alf zich.
"He ja, dat is waar! Zie je wel! Alle grote mensen zijn stom. Ze zijn gek!"
Ze heeft wel een beetje gelijk, vindt Alf.
"Je mag dit niet en dat niet."
"Ja, en je mag dat niet en zus niet en je mag niet jokken!"
"Jij moest juist jokken! Ze zorgen er toch zelf voor, dat je gaat jokken!"
Daar moeten ze om lachen.
"Haha, je mag niet jokken en moet juist jokken! Haha!"
Ze maken er een liedje van.
"Je mag niet jokken en je moet toch jokken
en je mag niet schreeuwen en je moet toch schreeuwen
en je mag niet rennen en je moet toch rennen
en je mag niet jokken en je moet toch jokken," zingen ze.
Ze bedenken steeds nieuwe zinnetjes. Vrolijk lopen ze met de handen in elkaar te huppelen.
"Je moet naar huis en het is niet pluis!" zingt Thamar dan.
Alf schrikt,
"Dat is waar ook! Ik moet weg!"
"Hè, nou al?" bedelt Thamar.
"Ja joh! Anders moet ik weer jokken!"
Thamar proest.
"Dag!" zegt Alf en zingend huppelt hij weg.
"Je mag niet jokken en je moet toch jokken... Weg met alle jokkebrokken!" hoort hij Thamar nog meezingen.

De volgende dag is Alfs laatste schooldag voor de grote vakantie. 'Afsluitdag' noemen ze dat bij hem op school.
Alle klassen hebben toneelstukjes ingestudeerd en die worden in de grote hal, in het midden van de school, opgevoerd. Er zijn veel ouders komen kijken. Ook Alfs vader en moeder.
Alf loopt er gek bij. Hij speelt in het toneelstukje van zijn klas éen van de vier bloemen die niet geplukt willen worden. Alf heeft het hartstikke warm in zijn groene panty en met zijn masker op en met van gekleurd papier gemaakte bloemblaadjes om zijn nek.
Na de opvoeringen worden in de klassen de rapporten uitgereikt. De klas is heel vol. Alle kinderen zitten op hun plaats, de vaders en moeders zitten er op hun hurken bij.
Als iedereen zijn rapport gekregen heeft, is er voor de kinderen limonade. De vaders en moeders drinken koffie. Het is een gezellig geroezemoes in de klas. De vaders en moeders kijken in de stapels werk, die de kinderen de afgelopen maanden op school gemaakt hebben en die ze, nu het vakantie wordt, mee naar huis mogen nemen.
Dan gaan ze allemaal de juf gedag zeggen. Voor bijna de helft van de groep is het de laatste keer, dat ze bij de juf in de klas zaten. Ook voor Alf. Na de grote vakantie gaat hij naar de bovenbouw.
Iedereen wenst elkaar een goede vakantie.
Alfs vader en moeder schudden de juf de hand.
"Ik zal hem een beetje missen, hoor," zegt de juf. "Hij wist ons altijd zoveel te vertellen over wat er allemaal groeit en bloeit. Heeft hij laatst nog goed de planten in de tuin water gegeven?"
Niet begrijpend kijkt vader de juffrouw aan. "Dat doet hij altijd heel goed," zegt hij.
"Ik vond het wel grappig, dat hij laatst liever thuis de planten ging begieten, dan hier met de brandslang spelen."
Alf hoort wat ze zegt en schrikt zich een kleur.
"Eh, prettige vakantie, juf," zegt hij gauw.
"We zien elkaar vast nog wel, zo groot is de school ook weer niet," zegt de juf.
Buiten vraagt vader: "Wanneer was dat, met die brandslang?"
Alf weet niet waar hij kijken moet.
Hij hakkelt. "Toen eh, toen, eh, het heel warm was," weet hij.
Vader zegt niets. Alf merkt niet, dat hij zijn vrouw met opgetrokken wenkbrauwen aankijkt.



Klik hier voor het volgende hoofdstuk ==>