"Wat heb je, Alf? Je ziet ineens zo wit!" vraagt vader.
De sluizen! De drinkwaterfonteintjes! Thamar! En die hitte!
"Nu ben je knalrood?! Wat heb je Alf? Je krijgt toch hopelijk geen zonnesteek?! Kom mee, het water in!" Vader pakt Alf bij de hand. "Kom mee, afkoelen jij!"
Alf hoort nauwelijks wat hij zegt.
"Als je geen water kunt drinken, ga je dan dood?" vraagt hij met een piepstemmetje.
"Als je niet iets anders drinkt, ja. Mensen kunnen maar een paar dagen zonder drinken. Maar jij moet nu ook water aan de buitenkant." Vader schept een plons zeewater tegen Alf aan. Die gilt. "Hou op! Hou op!" Hij barst in snikken uit.
"Thamar gaat dood! Thamar gaat dood!" snikt hij.
Vader snapt er niets van. Hij trekt Alf naar zich toe. Ze zakken samen met hun kont in het water.
Alf snikt en snikt. Hij is helemaal in paniek.
"Thamar gaat dood!" zegt hij almaar.
"Er gaat niemand dood!" probeert vader te sussen.
"Als je niet drinkt, ga je dood!"
"Nou nou, vertel me nu maar eens wat er aan de hand is," zegt vader zacht.
En dan, vertelt Alf het hele verhaal.
Van Thamar, die op het terrein woont, met Jaap en Peti en nog veel meer mensen en dat ze onder de grond wonen en geen kraan hebben. Vader luistert, heel stil.
"En nu hebben ze geen water meer!" besluit Alf.
"Dat is niet best. Dat is inderdaad niet best," verzucht vader. "Maar gelukkig is er op het terrein nog ander water. En aan de andere kant is een grote plas, dus zullen ze niet omkomen van de dorst, hoor Alf."
"Maar Jaap zegt, dat dat water vuil is, dat je er ziek van wordt."
"Ach, dat valt misschien wel mee," probeert vader om zijn zoon gerust te stellen.
"Oh ja? Oh ja?! En waarom mag ik dan van jou nooit water uit een sloot drinken, hè? Je zegt zelf altijd, dat al het water in de natuur te vuil is om te drinken. En dat zegt Jaap ook!"
Vader kan het niet ontkennen. Hij heeft Alf vaak verteld over hoe het vroeger was. Dat hij zelf als kind nog overal kon zwemmen. Dat is nu wel anders. Pas nog, heeft hij Alf uitgelegd, dat de zee verschrikkelijk smerig is. Dat hij heel goed op moet passen, geen slok binnen te krijgen en zich na elke keer zwemmen in zee, goed moet wassen...
Dat komt door de milieuvervuiling, had vader gezegd. De mensen weten niet, waar ze met hun troep heen moeten en zo komt er veel troep in zee...
Vader denkt heel diep na. Hij kan nog nauwelijks geloven wat Alf hem heeft verteld. Een hele gemeenschap, die op het terrein woont...!
"Waarom heb je me dit niet eerder verteld?"
"Dat mocht niet! Ik had het beloofd! Het is een geheim! Niemand mag weten, dat ze daar wonen. Want dat mag niet!"
"Daar zouden ze wel eens gelijk in kunnen hebben," zegt vader. "Gut Alf, wat zul je het moeilijk gevonden hebben zo'n groot geheim te bewaren. Ik ben blij, dat je het me verteld hebt!"
"Ik ook," zegt Alf met een zucht. Hij voelt zich heel licht van binnen. Bijna blij. Maar hij is ook nog bezorgd. Om Thamar en om het geheim.
"Jij moet nu ook het geheim bewaren!" bedenkt hij ineens.
"Welk geheim?" Moeder staat onverwacht achter hen. Ze komt kijken wat die twee zo lang aan het doen zijn.
Vader ziet hoe Alf schrikt. Hij bedenkt, hoe Maria zich altijd snel over iets opwindt. Het lijkt hem nu geen goed moment haar in te lichten.
"Oh, mannen onder elkaar hebben toch wel eens geheimpjes," zegt hij zo nonchalant mogelijk.
"Oh." Er vliegt even een donkere schaduw over moeders gezicht.
"Je ziet er gelukkig weer gewoon uit," zegt ze tegen Alf.
"Je moet je pet maar opzetten. En nu wat drinken," stelt ze voor.
Alf krijgt limonade, gemaakt van aardbeiensiroop met water. Hij denkt aan de aardbeitjes op het terrein.
"Aardbeien helpen ook tegen de dorst hè?" vraagt hij.
"Een beetje," bevestigt vader. "Al het fruit helpt een beetje tegen de dorst."
"Wil je een sinaasappel?" vraagt moeder. Dat is lekker. Maar Thamar eet nooit sinaasappels. Die groeien in warme landen en moet je kopen in winkels.
"Thamar kan niet naar winkels," denkt hij hardop.
Moeder trekt haar wenkbrauwen op. Vader schudt met zijn hoofd; niets zeggen betekent dat.
Alf ziet het. Ineens voelt hij zijn jokkebrok-gevoel weer. En dat voelt heel naar.
"Mam," vraagt hij zachtjes, "mam, kun jij goed geheimen bewaren?"
Moeder trekt weer haar wenkbrauwen op.
"Eh, tja, als het moet," zegt ze aarzelend. "Ik houd eigenlijk niet zo van geheimen."
"Ik ook niet," zegt vader. "Maar soms kun je iets echt niet zomaar aan iedereen vertellen. Omdat er dan iets naars gebeurt, bijvoorbeeld."
"Iets naars...? Maar dan moet je het juist aan iedereen vertellen. Om hulp te krijgen of zo!" zegt moeder.
"Dat is waar. Heel slim van je!" roept vader uit.
Alf begrijpt niet wat zijn vader bedoelt.
Vader begint te vertellen. Heel vlug. Over de mensen die op het terrein wonen en nu geen water meer krijgen. En dat ze hulp nodig hebben.
"Mensen?! Op het terrein? Wie zijn dat dan? Hoe weet je dat dan?" Moeder valt van de ene verbazing in de andere.
"Roberts vader woont er. En Thamar!" vult Alf aan.
"Roberts vader? Die was toch verdwenen? En wil je me nu eindelijk eens vertellen wie die geheimzinnige Thamar is?"
Alf vertelt hoe hij haar tegenkwam, hoe hij in het moeras verzeild raakte, hoe het er in het geheime dorp uitziet.
"En mijn gele Snoopy-trui is niet kwijt, die heeft Thamar!" besluit hij.
Hehe, nu heeft hij al zijn geheimen, al zijn jokkerijtjes opgebiecht.
"Nou nou. Nou nou!" zegt moeder hoofdschuddend. Ze weet niet of ze boos moet zijn of blij. Boos omdat Alf zoveel gelogen heeft, zoveel verzinsels tegen haar en vader heeft verteld. Of blij, omdat ze het nu te horen krijgt. Blij omdat Alf eigenlijk best een goede reden heeft gehad om te jokken. Ze kiest voor het laatste.
"Nou nou," zegt ze weer. "Nou nou, Alf, wat een avonturen maak jij mee, zeg. Maar wat zou er gebeuren, Jaco, als andere mensen over het dorp horen?"
"Ik weet het niet. Een hoop gezeur, in ieder geval."



Klik hier voor het volgende hoofdstuk ==>