Bij het ontbijt de volgende morgen, vraagt moeder: "Kan ik niet beter met Alf thuis blijven?"
"Waarom dat? Wil je dan niet kennismaken?" vraagt vader.
"Eh, jawel. Ik dacht, dan kunnen jullie beter praten."
"Vanwege de kinderen, bedoel je? Die spelen toch met elkaar?"
"Eh ja, natuurlijk. Maar ik, ik heb nog zoveel te doen."
"Tja, als je liever hebt, dat ik weer alleen met Alf ga..."
"Ja."
Zo gaat Alf weer alleen met zijn vader naar het terrein.
Hij begrijpt, dat de grote mensen in het dorp met zijn allen en zijn vader willen praten. Vergaderen heet dat.
Als ze bij het dorpje komen, loopt Jaap hen al tegemoet. Hij begroet hen vrolijk en stelt vader voor aan de andere mensen in de gemeenschap.
Zijn vader blijkt een paar mensen van vroeger te kennen. Frank, Roberts vader, maar ook nog een andere man en vrouw. Ze begroeten elkaar hartelijk.
De grote mensen gaan in een kring op het gras zitten.
Alf en Thamar moeten op Kareltje letten.
Kareltje is pas vier. Hij heeft een zusje van twee, maar die wil bij haar moeder blijven.
Kareltje is wel grappig, vindt Alf. Maar ook onhandig. Hij mag met de viltstiften spelen die Alf voor Thamar heeft meegenomen. Daar krijgen ze al gauw spijt van. Kareltje vindt het leuker om te kijken hoe je een viltstift uit elkaar haalt, dan er mee te tekenen. Als Thamar de viltstiften afpakt, zet Kareltje het op een krijsen.
"Hier," troost Thamar, "dan mag je plaatjes kijken." Ze geeft Kareltje het van Alf geleende stripboek. Maar Kareltje doet zo wild met het stripboek, dat het prompt ezelsoren krijgt. Dat kan Alf niet aanzien en hij pakt het af. Kareltje weer krijsen.
Alf probeert het met voorlezen van het stripboek. Maar al na een paar minuten is Kareltje het zat en wil naar buiten.
Alf en Thamar worden er moe van. Maar okay, dan naar buiten.
Buiten is het benauwd. De zon is achter de wolken, maar het is nog heel warm. Broeierig, alsof het zal gaan onweren.
Kareltje wil verstoppertje spelen. Maar hij kan niet tellen en zich ook niet goed aan de spelregels houden.
Dus verstopt een van hen zich met Kareltje, de ander moet dan zoeken. Of een van hen gaat samen met Kareltje de ander zoeken.
Kareltje kan niet zo goed zoeken. Alf zit al een hele poos onder een struik, niet ver van de plek waar de grote mensen vergaderen. Hij kan stukken horen van wat ze zeggen.
"Als het bekend wordt, komen hier horden mensen kijken," zegt iemand.
"Plus, dat er dan vast veel op het terrein vernield wordt," zegt een ander.
"Kunnen we niet met het bestuur gaan praten, zonder dat we het aan de grote klok hangen?" vraagt weer iemand anders.
Nu praten er allemaal stemmen door elkaar. Tot ineens de zware stem van Jaap boven alles uitkomt.
"We zijn het erover eens, dat er iets moet gebeuren," zegt hij. "En snel ook, anders zijn de gevolgen niet te overzien. Over wát er moet gebeuren, hebben we allemaal verschillende ideeën. Maar we vinden ze allemaal slecht, omdat het altijd betekent, dat we hier niet meer in het geheim wonen. Maar denken jullie nu echt, dat we dat nog jaren zouden kunnen volhouden? Vroeg of laat komt het toch een keer uit. En kijk naar onze kinderen. Thamar van mij is nu al groter en...-"
"Gevonden!" gilt Kareltje bij Alfs oor.
"Verdorie!" roept Alf geschrokken. Net nu hij iets interessants hoorde...
Kareltje trekt een pruillip. "Maar ik heb je ge-von-den! Dat moest toch?"
"Sst!"
"Tha-ar! Alf doet stout!" klaagt Kareltje huilerig.
"Stil nou!" probeert Alf nog.
"Hé, ben je in slaap gevallen?" komt Thamar er bij. Alf komt spijtig overeind. Daar heb je het al; een paar mensen kijken hun kant uit en het zusje van Kareltje komt aangedrenteld.
"Heb je geen zin meer?" vraagt Thamar.
"Nee."
De moeder van Kareltje komt aangelopen.
"Volgens mij wordt het tijd om voor jullie iets te drinken te maken," zegt ze vriendelijk. Ze tilt Kareltjes zusje op en even later zitten ze met een kommetje verdunde bessensap in de holwoning van Kareltje en zijn familie. De woning lijkt erg veel op die van Thamar. Er staat eenzelfde ruwe tafel met banken en net zo'n fornuis-kachel. Ook hier wordt de meeste ruimte in beslag genomen door een soort bedbanken.
Toch is het ook allemaal weer anders. Andere kleine spulletjes, andere kleurtjes en vooral, andere geurtjes.
Aan het plafond hangt het vol bossen planten.
"Wat is dat allemaal?" vraagt Alf nieuwsgierig.
"Kruiden. Die hang ik daar om te drogen," antwoordt Kareltjes moeder.
"Wat veel!"
"Agnes is onze heks. Onze hiiii-haaa-hekssss!" doet Thamar onheilspellend.
Agnes moet erom lachen. "Zo maak je Alf nog bang," grapt ze.
"O, maar ze is een lieve heks hoor. Dat zie je toch zeker zelf ook wel, Alf?"
Alf weet niet wat hij er van denken moet. Maar Agnes lijkt hem wel lief, moet hij toegeven. Het lijkt steeds of ze glimlacht en ze praat heel zacht.
"Je bent geen heks hè?" vraagt hij toch, voor de zekerheid.
"Jawel," lacht Agnes.
"Moet je eens komen kijken joh!" Thamar trekt Alf mee naar een hoek van het holhuis. Op smalle plankjes van de grond tot het plafond staan ontelbare potjes en flesjes. In allerlei verschillende maten en kleuren. Met poeders, met blaadjes, met waterachtige goedjes en nog veel meer.
"Deze zijn mooi he?" Thamar pakt een flesje met gele vloeistof waarin een paar mooie, fijne takjes staan. "Dat wordt kruidenolie. En ze kan ook toveren hoor. Zie je deze olie?" Ze pakt een ander flesje. "Dan zegt ze straks een toverspreuk en dan wordt de olie helemaal rood!"
Alf staat haar ongelovig aan te gapen.
Agnes komt er bij staan. "Je moet niet alles geloven wat ze zegt," lacht Agnes. "Die olie wordt vanzelf rood. Niet door een toverspreuk, maar door de bloemetjes die er in zitten. En dat duurt ook een paar weken. Om rood te worden, moet het eigenlijk in de zon staan. Die bloemetjes, dat is Sint Janskruid. Als de olie klaar is, is het goed tegen zonnebrand. Maar alleen als je al verbrand bent. Want ga je met die olie op in de zon, dan verbrand je juist heel erg."
"Gek," vindt Alf. Hij vindt vooral gek, dat Agnes een heks is. En dan al die potjes en flesjes...
"Wat doe je met die dingen?" vraagt hij voorzichtig.
"Die gebruik ik als hier iemand ziek is, of een wondje heeft of zo," legt Agnes uit.
"Zie je wel dat ze een lieve heks is," lacht Thamar. "Ze maakt mensen beter."
"Dan ben je geen heks, dan ben je een dokter," vindt Alf.
"Nou, geen echte dokter, zoals bij jullie. Misschien wel een beetje een kruidendokter. Ik weet veel van kruiden en hoe die mensen kunnen helpen gezond te worden of te blijven."
"Kruiden kunnen ook groenten gezond maken," zegt Alf.
"Dat kan ja," zegt Agnes. "Maar daar weet ik niet zoveel van."
"Alf wel!" zegt Thamar trots. "Alf heeft zijn sla beter gemaakt!"
"Nietes!" zegt Alf blozend. "Dat deed de boeren-eh -dinges, een eh, kruid." Hij kan zo gauw niet op de naam komen.
"Agnes, he-eks," mengt Kareltje zich in het gesprek.
"Zie je wel. En Kareltje kan het weten, want het is zijn moeder," lacht Thamar. "Ze is een echte heks. Weet je wat ze ook kan? Ze kan met haar handen toveren. Als je oorpijn hebt, dan komt Agnes met haar toverhanden en legt ze op je oor en pats: weg oorpijn!"
Alf gelooft er niet veel van.
"Heksen hebben geen kinderen," sputtert hij tegen.
"Je hebt zeker veel sprookjes gelezen over boze heksen. Zoals de heks van Hans en Grietje?" vraagt Agnes.
"Zulke sprookjes zijn bedacht omdat mensen bang waren voor heksen. Misschien hebben zulke gemene heksen wel nooit echt bestaan. Dat ze mij een heks noemen, is een beetje een grapje. Heel vroeger werden vrouwen, die hetzelfde deden als ik nu, heksen genoemd en soms daarom verbrand. Die vrouwen deden geen vlieg kwaad. Maar de mensen snapten niet hoe de vrouwen de dingen konden die ze deden. Dus dachten ze, dat ze dat van boze krachten hadden geleerd. Maar heksen zijn gewone mensen. En ook mannen kunnen heks zijn. Maar geen enkele heks eet kindertjes op, hoor. Integendeel, heksen zijn meestal dol op kinderen. En ik zeker!"
Ze geeft Alf een aai over zijn bol en knuffelt Kareltje en zijn zusje.
"Maar kom kinderen, ik moet weer naar de vergadering. Blijven jullie nog even bij Kareltje? Kareltje, laat je mooie houten trein maar eens aan Alf zien."
Kareltje haalt zijn trein tevoorschijn. "Papa gemaakt!" zegt hij trots. Het is een mooie trein, met wel acht verschillende wagentjes. Je kunt er van alles in doen en met klepjes en kiepen weer uitlaten.
Alf vindt het jammer, dat er geen rails bij zijn. Hij heeft zelf ook een houten trein, maar die is veel kleiner en kan over rails rijden. Alf heeft veel rails. Met splitsingen, kruisingen en bruggen, die je op steeds weer andere manieren aan elkaar kunt vastmaken. Hij vertelt Kareltje van zijn trein.
"Ik wil ook bruggen!" zegt Kareltje.
Thamar weet ergens plankjes te liggen, Kareltje en Alf zoeken takjes. Even later zijn ze voor de holwoning druk bezig een heel spoornet voor Kareltjes trein te maken.
Met tunnels van stenen en bladeren, grote bruggen van planken en boeken. Thamar heeft haar twee houten auto's erbij gehaald en Kareltje heeft ook nog een auto.
Tijdenlang zijn ze zo heel druk.
Dan komt Agnes weer terug. Met Alfs vader.
"We moeten zo naar huis," kondigt die aan.
"Ik zal eerst een potje klaarmaken voor je vrouw," zegt Agnes.
Ze komt terug met een klein potje met kruiden erin. "Tien minuten trekken en dan per dag twee kopjes," zegt ze.
Alf kijkt ongerust naar het potje. "Waar is dat voor?" vraagt hij met een benepen stemmetje.
Agnes lacht. "Voor je moeder. Je vader vertelde me, dat ze vaak hoofdpijn heeft en dan slecht kan slapen. Vertrouw je het niet?"
Alf durft niets te zeggen.
"We hebben het vanmiddag gehad over heksen," legt ze vader lachend uit. "Alf vindt het gek, dat ze me hier een heks noemen." Vader lacht mee.
"Dat is een erenaam," vindt hij.
Maar ook moeder kijkt wat wantrouwig naar het potje kruiden. "Wat is het?"
"O, dat ben ik vergeten te vragen. Het zijn een paar verschillende kruiden door elkaar."
"Mm, het ruikt wel lekker."
Aan tafel vertellen ze moeder, wat ze die middag gedaan hebben. Alf vertelt over Kareltje en Agnes, vader vertelt over de vergadering.
Alf begrijpt niet alles, waar vader het over heeft. Over "de oude aktiegroep nieuw leven inblazen" en "college" en "ombudsman". Maar één ding begrijpt hij wel: er is nog maar voor korte tijd drinkwater in het dorpje en zijn vader gaat praten met mevrouwen en meneren die ergens 'heel hoog' zijn.
"Denk je nu heus, dat je het stil kunt houden?" vraagt moeder. "Je weet toch hoe dat gaat. De ene ambtenaar moet de andere raadplegen en die moet het weer aan zijn chef vragen en op het laatst weet iedereen het."
"Vandaar, dat ik voor de zekerheid begin een paar van de oude aktievoerders op de hoogte te brengen," werpt vader tegen. "Dan kunnen die meteen bijspringen als dat nodig is."
Vader heeft geen tijd om Alf voor het slapen gaan voor te lezen. Hij moet meteen na het eten weg.
|