Onder de indruk van wat ze ziet, kijkt Thamar vanaf de galerij over de stad.
"Wat hoog!" roept ze uit. "Moet je kijken hoe klein de mensen zijn! En al die autootjes overal! En wat een boel huizen! Wonen daar allemaal mensen in?!"
Ze gooit een propje papier over de reling. "Poeh! Dat duurt lang, voor het valt, zeg!" De wind neemt het propje steeds beetjes mee. Ze zien niet, waar het terecht komt.
Thamar trekt haar sandaal uit. Alf kan nog net voorkomen, dat ze die naar beneden gooit.
"Niet doen, gek! Dan valt-ie stuk of kunnen we hem niet meer vinden! En als er iemand onder loopt, krijgt die een gat in z'n kop!"
Toch geeft hij haar even later een steentje uit zijn broekzak om naar beneden te gooien.
"Ik wou, dat ik grote keien had," zegt Thamar baldadig. "Dat geeft vast een mooie klap!"
"Ja, voor je billen, als iemand het merkt!"
Gniffelend vertelt Alf hoe hij eens een plantenpot van het balkon heeft laten vallen, zogenaamd per ongeluk. "Dat kletterde joh! Dat ding vloog in wel duizend stukjes!"
"Wauw!" Thamar kan het zich al helemaal voorstellen.

Als Alf alleen is, gaat hij vaak via de trappen naar beneden. Lekker, met grote sprongen van de trappen afspringen. Maar Thamar vindt de lift leuk speelgoed. Ze wil een paar keer op en neer. Alf zegt maar niets. Ook niet als ze op alle knopjes drukt.
Als ze bij 'BS' eindelijk stoppen, wordt de deur snel opengerukt. Daar staat Meta, de kasteleinse van het buurtcafé. Ze is kwaad.
"Zo! Liftje spelen hè! Je weet toch, Alf, dat dat niet mag! Ik sta hier maar te wachten! Vooruit, eruit jullie!"
Geschrokken gaan ze de lift uit.
"Vlegels!" horen ze haar nog roepen als de lift al omhoog gaat.
"Pff! Wat een mens! Wie is dat?"
Alf vertelt het haar.

Bij school kijkt Thamar door de ramen. Ze verbaast zich over al die stoelen en tafeltjes. "Zijn er zoveel kinderen op school?"
Alf wijst haar zijn klas en wijst waar allerlei spulletjes staan.
Maar bijna alles staat netjes opgeborgen in kasten en er is dus niet zoveel te zien.
Ze spelen wat op het schoolplein met het houten klimrek en de verschillende hobbelbeesten.
De schommel blijkt binnen gehaald.
Thamar wil nog meer van de omgeving zien.
Ze dwalen door de buurt en zijn dan bij de laatste flat.
"Daar heb je dat mens weer!" sist Thamar opeens.
Ze zien Meta een eindje verderop, haastig lopen. Ze heeft twee grote tassen bij zich.
"Waar gaat die nu heen?" vraagt Alf zich verbaasd af. "Zo ga je naar jullie dorp."
Ze besluiten om haar te volgen. Dat is lastig, want Meta kijkt steeds achterom. Dan laten Alf en Thamar zich plat op hun buik vallen. Eén keer wel erg op het laatste nippertje. Meta blijft stilstaan. Heeft ze hen gezien?
Gelukkig, ze loopt door. Regelrecht naar het gat in het hek.
De kinderen wachten tot ze er door verdwenen is en hollen haar dan achterna. Het gat in het hek is een stuk groter geworden. "Ze kunnen dat stomme hek nu beter weghalen," merkt Alf op.
"Sst," doet Thamar. Waar is Meta nu heen? Voorzichtig kijken ze vanuit de struiken over het pad. Daar rechts, bij de bocht, zien ze nog net iets bewegen. Zo snel als ze kunnen, rennen ze haar achterna. "Sst!" doet Thamar weer. Alfs schoenen maken lawaai.
"Ik kan toch niet op mijn tenen rennen!" fluistert hij.
"Juist wel: zo!" doet Thamar voor. Ze trekt haar schouders op en loopt met opgetrokken knieën wijdbeens op haar tenen. Het is een potsierlijk gezicht en Alf bijt op zijn lip om niet in lachen uit te barsten.
Hij probeert het zelf ook. "Grappig!" fluistert hij grinnikend.
Ze komen bij het pad naar het touwbouwwerk, maar Meta gaat de andere kant op.
"Waar gaat ze toch heen? Daar is niets!" fluistert Thamar.
Ineens zien ze Meta niet meer.
"Ze is zeker de struiken in," denkt Thamar. Alf wil de struiken inlopen, maar Thamar trekt hem aan zijn truitje terug. "Nee joh! Dat kraakt zo!" fluistert ze. "Ik weet wat beters!"
Ze lopen een stukje naar rechts, langs de struiken en zien dan een smal paadje, waar de struiken bijna helemaal overheen groeien. Kruipend gaan ze het paadje op.
Na een stukje gekropen te hebben, verspert een struik hen de weg. Alf wil rechtop gaan staan om zich een weg te banen, maar Thamar houdt hem tegen.
"Kijk!" duidt ze.
Ze heeft een takje opzij gebogen, er doorheen zien ze een open plek. En de gekromde rug van Meta.
"Wat doet ze daar?" fluistert Alf, die het niet zo goed kan zien als Thamar.
"Ze graaft, geloof ik."
Meta haalt dingen uit de grond en stopt ze in haar tassen.
"Wat zijn dat?"
"Het lijken wel flessen. Wat doen die daar nou?!"
Ze zien hoe Meta haar tassen vol laadt. Met haar voeten schuift ze de grond weer aan.
"Ze gaat weer weg!" sist Thamar.
"Er achteraan!" sist Alf.
Maar dat gaat niet zo vlug en als ze weer op het pad zijn, zien ze geen spoor van Meta.
Ze overleggen even wat ze zullen doen. Alf wil het al opgeven.
"We kunnen naar jouw huis," stelt hij voor.
"Ben je gek, joh! Ik logeer toch bij jou! En misschien is Meta wel gewoon terug gegaan."
Op een holletje gaan ze naar het gat in het hek. Als ze daar door gaan, zien ze Meta een eindje verderop lopen. Moeizaam, alsof de tassen heel zwaar zijn.
"Het lijkt net, of ze boodschappen heeft gedaan," vindt Alf.
Ze wachten tot Meta verder weg is en lopen haar dan voorzichtig achterna. Meta loopt regelrecht naar Alfs flat, waarin ook het buurtcafé is.
"Zie je wel; het zijn gewoon flessen voor het café," constateert Alf teleurgesteld.
"Noem dat maar gewoon! Wie begraaft er nu flessen op het terrein?! Begraaft iedereen bij jullie dan flessen?"
"Nee, natuurlijk niet."
Ze snappen er niets van.

Thuis gekomen, blijkt de vergadering te zijn afgelopen.
Alleen hun ouders zijn er nog.
"Waar bleven jullie zo lang? Jaap zit hier te wachten, om Thamar gedag te zeggen. Hij gaat zo naar huis," zegt moeder.
"Wil je mee terug?" vraagt Jaap.
"Ik kan zelf terug," zegt Thamar. Ze vertelt, dat ze net al op het terrein waren, dat ze de weg kent.
"Wou je dan al terug?" vraagt Jaap verbaasd.
"Nee hoor." Ze kijkt naar Alf. Zal ze het zeggen? Maar Alf begint zelf al te vertellen.
"We gingen Meta achterna." Hij vertelt wat ze gezien hebben.
"Raar hè," besluit hij.
"Zeg dat wel," zegt vader.
"Zozo, dus Meta heeft ook al een geheim op het terrein. Daarom probeert ze ons natuurlijk dwars te zitten!"
Vader vertelt in het kort, dat Meta ook een soort aktiegroep heeft opgericht. Het is maar een kleine groep, maar die probeert de mensen van het terrein te houden.
"Ze zeggen, dat het een natuurgebied geworden is en dat het beschermd moet worden vanwege de zeldzaamheid van planten en dieren. We vonden dat wel grappig, want ze vinden daarmee eigenlijk hetzelfde als wij. Alleen wil de aktiegroep van Meta, dat er nooit meer iemand mag komen en wij willen juist, dat dat wél mag. Maar dan wel op een manier, dat het terrein in zijn waarde blijft."
Jaco en Jaap besluiten om naar het buurtcafé te gaan.
Een uurtje later komen ze lachend terug.
"Haha, wat keek die Meta op haar neus. Ze begon heel saggerijnig tegen ons te doen toen we binnenkwamen. Maar even later zei ik ineens langs mijn neus weg: "Wat is de drank hier toch goedkoop, Meta. Krijg je die flessen soms voor niks?" Ze werd een beetje rood, maar zei niets. Toen gingen wij natuurlijk verder. We hadden zo onze vermoedens, tenslotte.
"Het is toch geen gestolen waar?" begonnen we. Ze begon heel boos te sputteren. "Wat denken jullie wel?! Ik laat me niet beledigen!" riep ze. "Eruit!"
We stonden heel langzaam op en zeiden toen zo hard mogelijk: "Nou, dan gaan we wel drank op het terrein halen, daar ligt genoeg!" God, wat schrok ze. Ze kwam ons meteen achterna. Ze beloofde meteen, dat ze met haar akties op zou houden, als we het maar niet aan de politie vertelden. Nou, dáar moeten we nog even over nadenken! Haha!"
"Haha! Of we het nu wel of niet aan de politie vertellen, van haar zijn we af!"



Klik hier voor het laatste hoofdstuk ==>