De rest van de vakantie logeert Thamar bij Alf.
Af en toe brengen ze samen een bezoekje aan het dorpje op het terrein. Daar wordt hard gewerkt.
Er komt een lange vlonder door het moeras. Aan het eind daarvan komt een klaphek. Met een bord erop. Daar staat op te lezen:
"Hierachter wonen wij. Wij willen u graag laten zien hoe we zuinig met energie omgaan en éen met de natuur leven. Maar als we het druk hebben, komt u dan een ander keertje?
Groeten,
Woongroep Het Kan Ook Anders."

Alf vindt het jammer, als de vakantie voorbij is.
Thamar vindt het juist leuk. Ze mag nu ook naar school.
Ze begint in de middenbouw.
Maar Alfs vorige juffrouw zegt, dat ze zo snel leert, dat ze misschien volgend jaar al bij Alf in de bovenbouw kan komen.
Alfs vader geeft het werken in zijn volkstuintje op. De tuin werd erg verwaarloosd. Een andere buurtbewoner is er nu dagelijks aan het werk.
Toch blijft vader tuinieren.
Samen met Jaap en de andere mensen van de woongroep, leggen ze op het terrein nieuwe tuinen aan op plekken, die eerst voornamelijk uit gras bestonden. Op die gronden gaan ze biologische groenten verbouwen, die ze verkopen aan mensen in de stad. Zo verdienen ze wat geld.
Met het bestuur van de stad is afgesproken, dat ze op het terrein mogen blijven wonen, zo lang ze willen.
In ruil daarvoor moeten ze de paden op het terrein onderhouden.
Alfs vader helpt daar ook hard aan mee. Hij komt steeds minder in de flat.

Een half jaartje later is er in het mini-dorpje op het terrein een holwoning bijgekomen.
Daar wonen nu Alf en zijn vader.
Zijn moeder blijft op de flat wonen.
"Dat is handiger met mijn werk," zegt ze. "Misschien later, als er ook douches komen en echte w.c.'s en telefoon en elektriciteit... Ja dan, dan ga ik erover denken om er toch te komen wonen."
Of het ooit zover komt..?
Alf vindt het wel jammer, dat ze niet meer bij elkaar wonen.
Maar hij kan zo vaak naar de flat als hij wil.

Soms, als hij door de nu open poorten in het hek loopt, denkt hij wel eens spijtig aan de tijden, dat hij door het gat in het hek moest kruipen.
Toen was het spannender.
Maar vaak merkt Alf, dat mensen hém spannend vinden.
"Zo, ben jij van de woongroep?" beginnen mensen dan nieuwsgierig een gesprekje.
En heel vaak zeggen ze: "Jij boft toch maar, dat je in zo'n mooi gebied kunt wonen."


Marja Oosterman



UIT!
Heb je een tekening of foto die je bij het verhaal van Alf vindt passen?
Stuur die dan daar mij..
Ik ben benieuwd naar je reacties!
Marja