Johan de Wit



het bivak werd opgebroken
de sleuven dichtgegooid
de afwezigheid gekamoufleerd

in looppas
inspekteerde ik
als laatste
de aangerichte vernieling
het was
alsof
er niemand was geweest

een week later
las ik in de krant
jongen
breekt nek
in zopas
verlaten bos

ik voelde me onschuldig
ik was bevorderd
tot ridder
in de orde
van de kamoeflage

***


ik heb je
chanteuse
genoemd
daarna hebben we nog
maanden
met elkaar geslapen
ik heb je
intens gemeen
genoemd
daarna hebben we nog
weken
met elkaar geslapen

ik
mag
niets
meer
tegen
jou
zeggen
anders
weten
de
dagen
niet
meer
waar
ze
vandaan
moeten
komen

***


uiteindelijk
lokt de aartsengel
de aardbeving
in de hinderlaag
onhandig
manoeuvreert de lokroep
de begoocheling
naar het duinzand
postuum
verschijnt de zeearend
ontdaan
van elke tinteling
luistert de bries
naar de storm

***


de komkommertijd is voorbij
de droogte krijgt
nu
te kampen met scheurbuik

ik vang de schaduw
van je woorden
ik werp ze weg
in het duinzand
de branding
echoot ze terug
je mond is
dieper dan de zee
je rug is
breder dan de maan
ik sta
met mijn rug naar het duin
ik sta
met mijn voeten in het water
ik luister
met mijn hart naar de golven

***


in de kelder
wordt het vocht
opgestapeld
in een hoekje weggekropen
kus ik mijn pen
de historiese atlas
valt uit elkaar
door verloren oorlogen

mijn woorden
stijgen tot aan mijn lippen
mijn handen
zoeken naar mijn topografie
mijn schuilplaats
is een open inrichting
maar
mijn verleden
staat bij de deur
op wacht
geladen
met scherp

***


een verlangen dat niet langer in de koelkast staat
vertoont bokkesprongen
zodra
de huidzenuwen meer toeren draaien
stap voor stap
hand voor hand
oog voor oog
borst voor borst
verkleint de afstand zich
bewust gewild gedreven
worden kleren uitgezaaid op het ritme van een matige bries
deinen onze lichamen
schuimwolken nemen ons op
ontzilten
het vaster bestaan van trouwe partners

***


opgesloten in kabines
tolt de wetenschap verder
de toegang wordt versperd door kluizen
laat je kleren vallen
treed naakt binnen
een pantser van boeken
voelt aan hoe machtig je bent
kon gauw terug
want de slachtoffers mogen eens beschikken
over eigen tijd
nee
laat je vol persen
door machtswellustelingen
die hogelijk door de maatschappij
gewaardeerd worden
terecht!
terecht
terecht?

***


de veranda telde de bezoekers
klinkende stappende planken
hadden allang vervangen moeten worden
de leuning liefkoosde de verf niet meer
toen kwamen wij
de zon
de avond
de wind
een rode banierdrager met koele opschriften
wij zongen
de kogels
de harten
kruisten

***


binnen de rode vuurbol
versteent het wonder van gods genade
de taal en het denken
verstommen tot om hulp roepende kerken

in jouw ogen opent zich de nieuwe aarde
in mijn hoofd is vrijheid een fiktie
alles verbrandend
gebukt zal ik de aarde verlaten
stiekem
zonder afscheid te nemen
het dode verlangen naar jou neem ik mee
grijze ogen leggen de vriendschap
op tafel
vouwen de lakens niet open

eben haëzer

partnership is geen trajekt
waar nog kaartjes voor te koop zijn
het slopend virus van de overbevolking
straft met een stropersstrik
tijd en ruimte zijn adembenemend mooi
voor het sterven gaan
hoogtijdagen veranderen in puinhopen
zodra het lont lekt
ik kan niet wachten op het testament
open het graf
blader niet in mijn vrijheden
ze spuiten gif

het ijs lacht zacht naar
de dronken zee(mee)uw
die in de sahara overwintert

***


in de voorzomer van het leven
tokkelde de nieuwe zon
op zijn eerste snaren

werden kusjes en kutjes
symbolen voor hondsdolheid
klaarkomend in een bloeddoordrenkte stad
waar smartlappen
na de oorlog onder puin
mastuberend een uitweg vochten

zo die zit

maar nu
zag ik alleen links een gezicht
de straten schuifelden langszij
zelfs vrienden groetend zag ik ze niet
want mijn glimlach
was gekookt in dolgrage bijenhoning
die van zelfbescherming

dus geen bevolkingsexplosie

waar de trap omlaag liep
het water muiswit
boven de straten voortdabberde
kwam het roodbonte gevoel
rozen schieten

verdere gegevens ontbreken


Johan de Wit


©St. NoPapers

Terug naar overzicht