HANS DORRESTIJN - de liedjes voor volwassenen


Je houdt ervan of je houdt er niet van - het werk van Hans Dorrestijn lijkt alleen felle voor- en tegenstanders te kennen. De tegenstanders zien zijn hele oeuvre als een groot zelfbeklag, gegoten in een vorm die zich niets aan lijkt te trekken van de vuistregels van het liedschrijven.

De voorstanders zien een sublieme ironie in een vorm die weerbarstig eigen is. Schrijver dezes kan ervover meepraten, want langzaamaan ben ik gegroeid van fervent tegenstander tot in elk geval gematigd fan: uit het werk spreekt in elk geval een herkenbare persoonlijkheid, het weerbarstige maakt daar deel van uit.

Weerbarstig houdt in dit geval niet in: ontoegankelijk. Zijn liedjes laten zich makkelijk lezen, al is ongezongen de ritmiek vaak enigszins onduidelijk, maar voor wie deze man ooit in den lijve heeft mogen aanschouwen/ zijn stem gehoord heeft kan dit geen onoverkomelijk bezwaar zijn. De bundel 'liedjes voor volwassen' is een heruitgave van 'Ik moest een schaap een tongzoen geven' dat vorig jaar op de markt kwam. Het is een overzicht van Dorrestijns werk tot nu toe: de niet meer verkrijgbare bundels 'mooi van lelijkheid', 'huiselijke omstandigheden' alsmede de afdeling 'ik moest een schaap een tongzoen geven' uit 'Verre Vrienden' (samen met Jan Boerstoel en Willem Wilmink) zijn erin opgenomen, uitgebreid met de afdeling 'Pretpark', naar zijn gelijknamige theatervoorstelling.

Voor kenners of verzamelaars is dat een minpuntje bij dit boek: driekwart hebben zij immers al. Voor de mensen die Dorrestijn pas later ontdekt hebben is het een goed overzicht van een kleine 25 jaar liedjes schrijverij.

Daarbij blijkt hij in staat een constante kwaliteit te leveren: het oude werk doet aan intensiteit zeker niet onder voor het nieuwere, alles blijft even schrijnend. Terugkerende thema's zijn: zijn algemene moeite met het versieren danwel behouden van een vrouw, het gevecht tegen de drank, tegen het ouder worden, en zijn afkeer van honden.

Voorts heeft hij de neiging steeds zichzelf te beschouwen, gelukkig met de nodige afstand: hij weet dat in zijn leed en zijn zwakheden juist ook zijn talent schuilt:

Behoudens enkele groten / is iedereen maar klein / Hoe heeft het mij verdroten / om geen genie te zijn / Ik Spring. Dan lijk ik dartel / Ik poog van vroeg tot laat / Maar hoe ik spring en spartel / ik zit vast aan mijn formaat / Ik streef net als genieën / naar de onsterfelijkheid / Maar ik reik slechts tot de knieën / der middelmatigheid / U kunt mijn werk dus kraken / dat is intelligent / Maar dit lied kunt U niet maken / Daarvoor mist U het talent

Hier staat iemand die zijn plaats kent, de kritiek op zijn persoon kent en ermee worstelt, wetend dat hij niet zo goed is als hij zou willen zijn maar nog altijd beter dan de meesten. Die zelfkennis - hij maakt zichzelf niet groter noch kleiner dan hij is- siert hem en maakt de bundel toch een aanwinst voor de boekenkast.

Literatuur hoeft immers niet moeilijk te zijn, als het maar goed doorleefd is. En doorleefd, dat is het werk van Dorrestijn zeker.

BERT OOSTERHOUT


Hans Dorrestijn
de liedjes voor volwassenen
Uitg. Bert Bakker - Amsterdam

©St. NoPapers

Terug naar overzicht