Provinciaal drama in Sapho van Gounod


Gechanteerd door haar rivale ziet Sappho tenslotte geen andere uitweg dan haar geliefde, de schipper Phaon op te geven en zelfmoord te plegen..... Zo eindigt Charles Gounods eerste opera Sapho uit 1851 op een libretto van Emile d'Augier. Hoewel ook de Romeinse dichter Ovidius vijfenhalve eeuw later deze geschiedenis beschrijft is inmiddels bewezen dat deze verzonnen is. Maar zo'n gegeven werkt natuurlijk dramatisch wel heel goed.

Het verhaal gaat over de befaamde Griekse dichteres Sappho die rond 600 voor Christus leefde op onder anderen het eiland Lesbos in de Egeïsche zee voor de kust van Klein-Azië, waar ze ook geboren was. Hoewel dus niet historisch verantwoord hebben de personages wel degelijk bestaan. De dichteres zelf en haar collega Alcée (Alcaeus of op zijn Grieks Alkaios) zijn van groot belang voor de Oud-Griekse en dan met name de Aeolische lyrische poëzie geweest. De eerste akte portretteert beiden als tegenstanders tijdens de Olympische Spelen. Sappho wordt ook wel de tiende muze genoemd en van haar werk zijn slechts fragmenten over die een bijna raadselachtige eenvoud tentoonspreiden. Omdat uitlatingen over haar vaak beperkt blijven tot deze opmerking, hierbij dan eens zo'n fragment. 'Zoals de zoete appel bloost aan het topje van de tak, boven aan het uiterste topje, de plukkers hebben hem daar vergeten, maar neen, niet vergeten, neen, maar zij konden er niet bij komen.'

Hoewel onze aanduiding voor de liefde tussen twee vrouwen, lesbisch - in het Engels kan men zelfs het woord Sapphism gebruiken voor lesbische liefde -, ontleend is aan de meisjesgemeenschap waarin Sappho op Lesbos leefde, lijkt dit niet helemaal juist. In elk geval heeft mijn Encyclopedie van de Antieke Oudheid (Elsevier) het over 'een soort school voor jonge meisjes, die zij onderwees in kunst en levensstijl tot hun huwelijk. Zij had voor deze meisjes een bijna hartstochtelijke genegenheid. Zelf was zij gehuwd en had een dochtertje, Kleïs.'

Van Alkaios, die overigens ook afkomstig was van Lesbos, zijn gedichten overgeleverd en gedeeltelijk geven die een inzicht in zijn politieke standpunt. Hij was een tegenstander van de tyran Myrsilos en aanvankelijk bevriend met diens opvolger Pittacus, die ook in de opera genoemd wordt. Hij bestreed deze vervolgens fel om zich tenslotte, naar het schijnt, toch weer met hem te verzoenen. De uitdrukking 'het schip van staat' is van deze dichter. Zowel Sappho als Alkaios bedienden zich in hun poëzie onder meer van wat de 'Sapphische strofe' is gaan heten. Dit metrum is vanaf Horatius tot in de middeleeuwen gangbaar geweest en deze eeuw nog bijvoorbeeld door J.C. Bloem gebruikt (Na de bevrijding: 'Schoon en stralend is, gelijk toen, het voorjaar...').

Eersteling
Terug naar Charles Gounod (1818-1893), die behalve muzikaal ook in de beeldende kunst begaafd was. Zozeer zelfs dat hij na het winnen van de eerste Prix de Rome van de schilder Ingres, die aldaar de Villa Medici beheerde, het aanbod kreeg de gewonnen beurs om te zetten van muziek in schilderkunst. Gounod was toen 21 jaar oud. Zijn vader was schilder, zijn moeder pianiste. De laatste zorgde ook voor zijn eerste muziekondericht. Daar kwamen later Reicha en onder anderen Le Sueur op het conservatorium bij. Daar studeerde hij compositie, contrapunt en piano. In Rome maakte hij in de Sixtijnse kapel kennis met 'oude' muziek van vooral Palestrina, waarvan hij zeer onder in indruk was. Ook Bach en Beethoven gingen tot zijn favorieten behoren. Overigens schreef Gounod totdat hij aan die eerste opera Sapho begon uitsluitend liturgische muziek. Niet helemaal onbegrijpelijk voor iemand die enige tijd overweegt priester te wroden en al aan de opleiding is begonnen voordat hij daar weer vanaf ziet. En hoewel het 'palet' later nog verder is uitgebreid met bijvoorbeeld kamermuziek en twee symfonieën, die men zelden of nooit hoort, is hij toch in een beperkt aantal genres aktief geweest en met name vanwege zijn vokale muziek bekend gebleven. De basis voor Sapho werd eigenlijk al tijdens dat drie-jarige verblijf in Rome gelegd. Hij kwam daar namelijk behalve met Mendelssohns zuster Fanny Hensel in contact met de gevierde zangeres Pauline Viardot-Garcia. Zij was het die hem later overhaalde eens een opera te schrijven, dan zou zij zelf de titelrol zingen. Bovendien beval ze de componist aan bij de directeur van de Parijse opera. Aldus geschiedde en nadat het libretto was voltooid ging Gounod aan het werk, hoorbaar onwennig. Vooral de eerste akte springt qua stijl van de hak op de tak en weet zelden de juiste toon te treffen. Zo klinken de Introductie en de daarop volgende mars tijdens de Olympische Spelen verdacht veel als een kruising tussen treurmuziek en aftreksel van Beethovens Missa Solemnis. Maar dat heeft ongetwijfeld ook te maken met het wel zeer lage tempo dat dirigent Patrick Fournillier kiest op de op Koch uitgebrachte eerste integrale opname van deze opera. Hoe dan ook, er klinkt beslist een religieuze kleur door, die ook wel enigszins bij de handeling past omdat de locatie de tempel van Apollo is. Gluck, maar ook Mozart en Rossini komen verderop meer dan eens om de hoek kijken.

Ondanks lof van een belangrijke collega als Berlioz had Gounod met Sapho in Parijs geen succes. Daarom probeerde hij in zijn volgende opera La nonne sanglante in 1854 maar eens de stijl van de toen in de Franse hoofdstad op operagebied toonaangevende Meyerbeer, maar het mocht niet baten. Inmiddels boekte hij wel succes met zijn Messe solennelle de Sainte Cécile (1855). Enkele opera's verder, nu geheel zonder Meyerberiaanse pretenties kwam het operasucces tenslotte met Faust. De versie met recitatieven in plaats van gesproken dialogen werd de meest gespeelde Franse opera: de 2000ste opvoering ging op oudejaarsdag in 1934.

Revolutie en tweestrijd
We gaan terug naar Sapho en de eerste akte daarvan. Alle personages worden geïntroduceerd, we horen de wedstrijd tussen Alcaeus en Sappho. Het aandeel van Alcaeus is een ode aan de vrijheid en een oproep om gewapend gedaan onrecht te wreken. Gounod gebruikte hiervoor de melodie van de Marseillaise. Sappho bezingt de liefde en wint de wedstrijd. Intussen is in een duet met Pythéas al gebleken dat Phaons liefde heen en weer geslingerd wordt tussen Sappho en ene Glycera. Hij kiest tenslotte voor Sappho. Overigens is hij ook betrokken bij Alcaeus' revolutionaire plannen tegen Pittacus. In de tweede akte zweren Phaon en Alcaeus een eed Pittacus te zullen ombrengen. Intussen probeert Pytheas Glycera voor zich te winnen en verraadt daarbij de plannen. Glycera neemt haar kans waar en stapt met deze kennis naar Sappho. Of deze moet Phaon opgeven of Glycera zal hem bij Pittacus verraden. Sappho kiest voor het eerste. In de laatste, korte akte staat Phaon op het punt te vertrekken en bezingt zijn verdriet over Sappho's voor hem raadselachtige besluit. Het geheel wordt onderbroken door een herderslied. Tenslotte, zichzelf begeleidend op haar 'lier' (harp in het orkest) neemt Sappho afscheid van het leven en stort zich daarna in zee.

Wat de muziek betreft komt de luisteraar bijna in een andere wereld zodra de tweede akte begint. Er is een eenheid in stijl en dramatische momenten worden nu ook door de muziek ondersteund. Er is ook meer afwisseling toch. De derde akte zou zonder dat herdersliedje wel heel recht toe recht aan geweest zijn. Nu wordt de actie even onderbroken en de spanning zo opgevoerd. Het wel heel ijle, maar zuivere stemmetje van de jongessopraan Sébastien Martinez is op deze opname aandoenlijk.

Patrick Fournillier heeft niet zo lang geleden met hetzelfde koor en orkest, namelijk die van Saint-Etienne, de zelden gehoorde opera Cléopatre van Massenet opgenomen, eveneens op het label Koch-Schwann. Het ontbreekt dus niet aan initiatief in deze stad, waar ook een Massenet Festival is, met Fournillier als directeur. Allemaal heel prijzenswaardig; ook om voornamelijk zangers uit eigen land te engageren. Dit kennelijke enthousiasme resulteert echter in het geval van Sapho nog niet in een topproductie. De live registratie laat toch een enigszins provinciale sfeer horen met een duidelijk niet eersteklas orkest, dat overigens zeer behoorlijk presteert. Met een koor waarin de discipline en verstaanbaarheid soms ver te zoeken zijn en waarvan vooral de tenoren verdacht dilletantistisch klinken. Fournillier heeft soms hoorbaar moeite om alle uitvoerenden bij elkaar te houden. Ruimte voor uitstraling en expressie is er dan ook lang niet altijd. Helaas is het kaliber van de zangers niet eens zoveel beter. Vreemd genoeg voor musici die in hun moedertaal zingen klinkt zelfs dat regelmatig gekunsteld en overdreven nadrukkelijk. De bas Lionel Sarrazin vertolkt de rol van Pythéas voortreffelijk en zonder effectbejag. Zijn uitspraak is wel vloeiend. Eric Faury komt als Alcée met name in zijn Olympisch aandeel nogal brallerig uit de hoek en levert daarbij dan aan zuiverheid in. De derde grote mannenrol is Phaon, hier gezongen door de tenor Christian Papis, en bevat een aantal ronduit banale gedeelten. De zanger ziet geen kans hier ook maar iets van goed te maken. Zodra zijn partij hoogte krijgt wordt ook een forse dosis vibrato bijgeleverd. Bij de vrouwen steelt de Glycère van Sharon Costle uit Canada zonder meer de show. Met haar lichte sopraan bedient ze zich niet van kunstgrepen en is daardoor overtuigend en menselijk. Jammer dat van Michèle Command niet hetzelfde gezegd kan worden. Vooral bij herhaalde beluistering gaat haar Sapho met haaltjes aan noten waarnaar ze zich optrekt storen. En dan nog komt de zuiverheid meer dan eens in het geding. Bij de slotaria speelt denk ik opnieuw de betrekkelijke traagheid een rol, maar ook voor het overige zou ik me hier nog veel meer dramatiek kunnen voorstellen zonder meteen sentimenteel te worden.

Opname
Zoals gezegd betreft het hier dus een opname met publiek erbij, dat een paar maal in luid applaus uitbreekt. Verder horen we wat gestommel op het toneel en duidelijk de positie van de verschillende zangers. Evenals op de genoemde Massenet-opname is men er niet in geslaagd het feit dat het orkest in de bak zit te ondervangen. Hierdoor mist dit elke briljantie en dat vrij doffe geluid wreekt zich ook in een schijnbaar mindere betrokkenheid. De zangers staan er min of meer natuurlijk op, klinken wat doffer als ze kennelijk niet recht de zaal in zingen. En wat het herdertje betreft, kan in zo'n geval achteraf toch het volume iets opgedraaid worden. Of is er met een beperkt aantal opname-sporen gewerkt? In elk geval is dit niet een opname die iets kan toevoegen aan een uitvoering, integendeel zelfs. De presentatie begint met een portret van Sappho op hoes en boekje. Overigens heb ik vaag in mijn hoofd dat dit Sappho helemaal niet is, want zo'n twintig jaar terug zag ik dit portret op de aan Pompeï gewijde tentoonstelling in het Haags Gemeentemuseum. Ik weet bijna zeker dat het hier gewoon een vrouw van gegoede huize betrof. Helaas heb ik dat niet meer kunnen achterhalen. In het boekje volgens goed gebruik in de drie moderne talen een korte toelichting op het werk en de belangrijkste solisten. Verder treffen we de tekst met vertaling in het Duits en Engels aan. Her en der zijn daar toch enkele slordigheidjes in geslopen, waarvan sommige onbegrijpelijk zijn geworden. Dat in het Engels Sixtine Sistine moet zijn zal de lezers weinig hoofdbrekens kosten. Maar wat te denken van de opmerking, opnieuw in het Engels, dat Pauline Viardot een stembereik had van 'the low g to the high V'...? Een tikfout waarschijnlijk, want de bedoelde 'B' zit naast de v op het toetsenbord. Overigens is op dit punt ook in de Duitse tekst iets mis gegaan: die 'b' in het Duits moet dus 'h' zijn! Dat neemt niet weg dat de teneur van de toelichting zondermeer voldoet aan de verwachtingen.

Als totaal heeft deze productie van Gounods Sapho dus als belangrijkste positieve argument dat het de eerste volledige uitvoering op CD is. Het ontsluiten van deze muziek is wel degelijk van belang, zelfs als men de hoorbare aanvankelijke problemen van de componist daarbij betrekt. En ook het negatieve aspect kan men positief zien: wie nu aan de hachelijke onderneming van het uitvoeren van deze opera wil beginnen is gewaarschuwd en heeft daarmee een aardige kans enige valkuilen te vermijden. Voorlopig moeten we het doen met wat er is. En over de gehele linie genomen is daarin wel degelijk ook heel wat moois te vinden, neem de verschillende ensembles maar eens apart. Die zijn ook muzikaal zeer de moeite waard.

PRISKA FRANK


©St. NoPapers

Terug naar overzicht