Visioenen uit het paradijs


Het label Deutsche Harmonia Mundi heeft een CD opnieuw uitgegeven. Het betreft geestelijke gezangen van Hildegard von Bingen: 'Symphonia' uitgevoerd door het ensemble Sequentia. De oorspronkelijke uitgave van deze opname(s) moet een LP geweest zijn want het bijgeleverde tekstboekje spreekt namelijk steeds van 'het eerste deel van de opname' en van 'de andere kant van de opname'. De vroegere kant 1 en kant 2 onderscheiden zich door verschillende onderwerpen, zoals het eerste deel van de CD een ander onderwerp heeft dan het tweede.

Hildegard von Bingen (1098-1179) was moeder-overste van een benedictijnenklooster in Rupertsberg (Duitsland). Veel van haar muziek is dan ook bedoeld als liturgisch gezang voor in dit klooster. Hildegard is de geschiedenis in gegaan als mystica en de daaraan verbonden religieuze en politieke activiteiten. Die activiteiten waren het gevolg van het feit dat de visioenen die Hildegard had uitkwamen. Daardoor vroegen vele mensen, waaronder hoogwaardigheidsbekleders, haar om advies. De visioenen vormen de basis van haar liederen. Haar muzikale en poëtische talenten zijn van het begin af aan al geprezen. In de vijftiende eeuw is Hildegard von Bingen heilig verklaard. Haar feestdag valt op 17 september. Al in haar jeugd zag ze visioenen. Pas ivanaf 1140 durfde zij ze, met behulp van de monnik Volmar, op te schrijven. Het duurde tien jaar voor haar eerste werk 'Scivas' af was. Hierna volgden 'Liber vite meritorum' (1158-1163) en 'Liber divinorum operum' (1163-1170). Deze drie boeken vormen samen een trilogie van apocalyptische, profetische en symbolische visioenen. Haar profetische aanleg en wonderlijke visioenen bezorgden haar faam. Ze correspondeerde met pausen, keizers, koningen, aartsbisschoppen en andere machthebbers in alle soorten en maten. Allemaal wilden ze adviezen en commentaar van het 'Orakel'. Het feit dat ze zo bijzonder oud is geworden heeft waarschijnlijk geholpen bij de mythevorming. Eenentachtig was zeker in de Middeleeuwen nog meer dan hoog-bejaard. Haar twee werken over de geschiedenis van de natuur ('Physica') en medicijnen ('Cause et cure') dateren uit de periode 1150-1160. De poëtische taal die Hildegard gebruikt zit vol ongewone lyriek uit het middeleeuwse Europa. Aan de ene kant is ze zich bewust van de fantasie die in de mystiek zit, aan de andere kant is ze bekend met de traditionele symboliek van de kerkvaders. Zo kan het zijn dat de ene keer Maria de genezer is van Eva's schuldgevoel (volgens een bepaalde bijbel-interpretatie) en een andere keer wordt Maria geportretteerd als de nevel waarin Christus de zon laat opkomen. Haar gebruik van metaforen en realiteit lopen door elkaar. Door haar gebruik van dichterlijke vrijheden heeft ze de grenzen van de taal van de poëzie weten te verleggen. Toch blijft ze de religieuze gewoonten trouw, want ze schrijft in het Latijn, de taal van de kerk. In het klooster en andere kerkelijke instanties was Latijn de voertaal en hoewel ze die taal niet goed machtig was heeft ze met behulp van medebroeders de meest mooie teksten geschreven. Het zou niet vreemd zijn geweest, als ze haar visioenen in het Duits geschreven had, de taal die Hildegard von Bingen het meest eigen was.

Gedichten
'Symphonia harmoniae caelestium revalationum' (Symfonie van harmonie van hemelse openbaringen) uit 1150 is een collectie van haar gedichten die ze op muziek heeft gezet. Eenstemmige melodieën in een vroeg-Duits neumenschrift (d.i. notenschrift). De collectie bevat ongeveer zestig liederen: antifonen, responsorie, sequensen en hymnen. Samen vormen ze een liturgische cyclus: liederen van verscheidene genres voor vele feesten gedurende het kerkelijk jaar. Het zijn gedichten die ook in haar tweede dichtbundel voorkomen. Ze zette de teksten op muziek omdat muziek (hiermee wordt in de Middeleeuwen zang mee bedoeld) als de hoogste vorm van de Schepper eren/loven werd beschouwd. In Duitsland ten tijde van Hildegard von Bingen was de kerk de enige instantie die muziek serieus nam. Dat de hoven, zoals in de rest van Europa zich ook bezighielden met de kunsten, kwam in Duitsland haast niet voor. De Duitse adel had het meer oog voor het veroverern van land dan voor de ontwikkeling van het rijk en de burgers van binnenuit (waarvan Cultuur een kenmerk is). Een liturgische cyclus was in de twaalfde eeuw nog neen weinig voorkomende manier om liederen te bundelen. Er is maar een cyclus van deze grote omvang bekend die ouder is (een liturgische cyclus van Pater Abelard uit 1130).

De muziek van Hildegard von Bingen is goed en origineel, zeker voor een niet geschoolde componiste (althans, er is niets gevonden dat aanleiding geeft voor de hypothese dat ze geschoold was). De muziek is vooral zo goed door de orginele manier waarop ze formulae (het gebruik van kleine vaste melodische patronen) gebruikt. De composities zijn opgebouwd uit een aantal formulae, die steeds weer in een andere melodische of modale gedaante terugkomen. Haar formulae zijn de muzikale raamwerken, die steeds weer in een ongekend aantal gedaanten terugkeren. Dit is voor die tijd een normale manier van componeren. Het orginele zit in het feit dat Von Bingen, niet gehinderd door conventies, een frisse manier heeft gevonden om die formulae te bewerken.

Bronnen
De cyclus 'Symphonia' is in twee bronnen teruggevonden. Uit onderzoek is gebleken dat er een jonge en oude versie van deze cyclus bestaat; in de nieuwere versie staan twee antifonen (op de CD de nummers 1 en 8). Het thema van deze twee werken is meer filosofisch van inhoud dan de andere antifonen. Daarom wordt gedacht dat ze uit het latere grote werk 'Liber divinorum operum' (Boek van de goddelijke werken) komen. De meeste liederen van de 'Symphonia' eren personages van het Christelijke Godsrijk zoals Heiligen, Apostelen, Martelaren, waarbij vrouwelijke personages het meest geëerd worden. Als voorbeeld 15 van de ongeveer zestig liederen waaruit de cyclus bestaat zijn een ode aan de Maagd Maria en 13 aan Sint Ursula. Het eerste deel van de CD beslaat dan ook Von Bingens uitingen van haar vrouwelijke religie: de Maagd Maria, Sint Ursula en de deugd van de Wijsheid. De nummers 1 t/m 8. Het tweede deel van de CD, de nummers 9 t/m 14 is gewijd aan het eren van de Apostelen, Bekenners, Profeten en Patriarchen in het algemeen, die Hildegard in haar laatste openbaring van het 'Scivas'- boek heeft ontvangen. In het voorlaatste visioen was ze getuige van het eind van de tijd en wereld en daarmee samenhangend tevens de ondergang van al het leven. In haar laatste visioen klinken alleen maar mooie geluiden van eeuwige lof. Waarmee wordt aangespoord om de Goden en Heiligen te eren waarna alles weer goed zou komen. De tweedeling komt op de CD niet zo goed naar voren. Men moet het weten, dan is het te horen. Het geheel bestaat gewoon uit 14 zeer mooie composities, die mooi gezongen en gespeeld zijn door de medewerkers van het ensemble Sequentia, dat overwegend uit vrouwen bestaat. Het mooiste is de verhouding zang/begeleiding. De zang klinkt helder en duidelijk en de begeleiding is zacht en smaakvol. Ensemble Sequentia is zo te horen een groep zangers en instrumentalisten die met veel enthousiasme en met kennis van zaken een mooi en verzorgd muzikaal produkt maken. Dat is prima gelukt. vragen ------ De CD roept twee grote vragen op: 'Waar komen de instrumentale stukken vandaan' en 'Hoe komen ze aan de meerstemmigheid en de begeleiding van de zang'. In het mooie tekstboekje wordt er met geen woord over gerept. Over de instrumentale stukken vermeldt de inhoudsopgave alleen dat het instrumentale werken zijn en welke instrumenten te horen zijn. Nergens een verwijzing naar de melodieën die gebruikt zijn. In het colofon staat alleen wie de arrangementen gemaakt heeft, maar niet waarvan. Hier kan beter een verklaring in het toelichtingsboek over komen. De stukken passen absoluut in de tijdgeest van de liederen, maar een uitleg van hoe en wat is geen overbodige luxe. Over de meerstemmigheid (d.i. meerdere stemmen te gelijk te horen) staat ook niets. Terwijl de liederen eenstemmig zijn genoteerd. In de tijd van Hildegard was er nog niet zo'n mooie geraffineerde meerstemmigheid als het ensemble Sequentia ons wil doen geloven. De uitvoeringspraktijk die dit ensemble bezigt is niet merkwaardig of fout. Wel had ik graag een referentie en verantwoording hiervoor willen zien. Hoewel de LP pas in 1985 is opgenomen (waarschijnlijk een van de laatsten!) is de meerstemmige uitvoering erg achterhaald. De tijd dat er in de muziekwetenschap gedacht werd dat alles meerstemmig moest worden uitgevoerd ligt ver achter ons. Al laatste commentaar zou ik nog de teksten uit het boekje willen noemen; de tekst is onduidelijk en ingewikkeld. De manier wordt uitgelegd dat de boeken een verzameling gedichten zijn, die samen een liturgisch jaar vormen is misleidend. Het wordt hier een 'lyrische cyclus' genoemd, maar in de muziektermologie wordt hiermee een eenheid in tekstonderwerp en eventueel muziek bedoeld. Dat is dit juist niet; het is geen eenheid in tekst, want de liederen zijn elk voor een ander liturgisch feest. Een slordigheid is ook dat de Duitse tekst een letterlijke vertaling is van de Engelse, met als gevolg dat de zin 'In the English translation I have tried to reflect as far as possible the superbly obstinate individuality af her diction' in de Duitse tekst letterlijk vertaald is in 'Ich habe in der englischen Uebersetzung ihrer Texte versucht, die grossartige Eigentwilligkeit ihrer ganz persönlichen ausdruckweise wiederzugeben'. Maar hoe zit het nu met de Duitse vertaling van de teksten? Toch is dit een erg mooie CD!

SASKIA ROLSMA


©St. NoPapers

Terug naar overzicht