Voor wie niet kijken wil


In deze tijd van televisie en andere audio-visuele media is luisteren vrijwel zonder uitzondering gekoppeld aan kijken. Sterker nog, kijken staat op de eerste plaats; de meeste mensen zitten zo nu eenmaal in elkaar. Met de snelheid van een mitrailleur worden de beelden in videoclips op de kijker afgevuurd, tekst en muziek zijn duidelijk van ondergeschikt belang, al staat de juiste combinatie garant voor succes. Dat weten ook reclamemakers maar al te goed, en je hoeft niet eens op het gemoed van je publiek te werken om hun onderbewuste te bereiken. Videoclips zijn al lang niet meer voorbehouden aan popmuziek. Nigel Kennedy's Vier Jaargetijden (van Vivaldi) is waarschijnlijk het bekendste (en beruchtste) voorbeeld, maar met de langzaam maar zeker toenemende verspreiding van de laserdisc wordt ook daarop vaak meer gedaan dan het registreren van een concert.

Ik moet zeggen dat ik in deze context het hele fenomeen met argusogen bekijk. Zolang het dans of opera (en zolang de regisseurs daarvan zich niet te buiten gaan aan allerlei, vaak wanstaltige buitennissigheden zoals helaas ook in de theaters steeds meer gebeurt) betreft, waarvan beeld een genre- eigen onderdeel is, kan ik hierin nog meegaan. Of als het een van die weinige goede films betreft waarin de optelsom van beeld en geluid meer oplevert dan de losse delen, zoals Disney's Fantasia en Reggio's Koyaanisqatsi (muziek Philip Glass), dan zal ik de laatste zijn die bezwaar maakt. Op de televisie kijk (!) ik ook zelden of nooit naar al dan niet live uitgevoerde concerten. Ook als je met een koptelefoon luistert en min of meer net als in een zaal middenin het geluid zit, stoort de tussenkomst van een (beeld)regisseur me dermate, dat ik daar alleen bij heel speciale gelegenheden overheen stap. Er is toch geen luisteraar m/v in een zaal die telkens zijn ogen richt op wie er nu weer binnen het orkest een prominente rol speelt. Door het beeld te versnipperen gebeurt dat onwillekeurig ook met de muziek in de waarneming voor de kijker/luisteraar. Ongewone camerastandpunten, overvloeiers en close-ups van de dirigent zijn allemaal leuk en aardig, maar ze leiden af. Geef mij maar de concertzaal, of voor wie niet kijken wil, de radio, CD etc. En om dat nog een beetje leuker te maken, er meer bij betrokken te zijn, kan de luisteraar nog besluiten mee te dirigeren, zich voor een onzichtbaar orkest in zijn/haar huiskamer te wanen en vanuit de luie stoel heer en meester te zijn over die muziek.

De lezer kan het geloven of niet maar zelfs voor deze muziek-liefhebbers is een soort cursus in de handel (ik weet niet of dat ook voor Nederland geldt). In elk geval verkopen de Britse His Master's Voice-winkels 'The armchair conductor. How to lead a symphony orchestra in the privacy of your own home and get fit simulataneously'... compleet met dirigeerstokje voor slechts 6.99. Heel serieus kunnen we dit natuurlijk niet nemen - hoewel, Gershwin leerde zichzelf 'dirigeren' door platen te draaien en voor de spiegel te oefenen - en een introductie door muziek-komiek Victor Borge bevestigt dat idee. Zoiets maakt toch nieuwsgierig. De volgende keer dat ik in de buurt van zo'n winkel ben, loop ik toch even binnen om te kijken; misschien wel een leuk verjaarskadootje.

PRISKA FRANK


©St. NoPapers

Terug naar overzicht