Inspiratie


Onlangs las ik dat Paul McCartney in een interview - hopelijk juist opgetekend uit de mond van de zanger/schrijver, en ook de bron zelf heb ik niet gelezen, - heeft gezegd dat hij, wanneer hij zich opsluit om iets te schrijven, altijd om inspiratie bidt. Vreemd, denk ik dan, zou zo'n man die al zo lang op niveau meedraait nou nog niet weet dat dat het laatste is, wat je moet doen: wie er zo mee omgaat, krijgt waarschijnlijk alles behalve inspiratie.

Nu wil ik spotten met noch god - als atheÔst weiger ik dat met de gebruikelijke hoofdletter te schrijven - noch inspiratie. Tenslotte heeft deze wereld een hoop te danken aan dit ongrijpbare fenomeen en of dat wel of niet goddelijk is, wil ik in dit bestek maar buiten beschouwing laten. Omdat veel klassieke muziek vaak doordachter in elkaar zit dan op het eerste gezicht duidelijk is, heb ik die zogenaamde inspiratie, dat spontane aspect, lang gewantrouwd.

De kabbalistiek die in werken van met name Josquin des Prez en J.S. Bach zit - via getalsymboliek en de koppeling van cijfers/aantallen en letters zijn daarin onder anderen namen en jaartallen verwerkt - vond ik zo onnatuurlijk, dat ik er zelfs zakken voor een muziek-analyse-tentamen voor heb geriskeerd om aan te tonen dat voor de grondige (onder)zoeker achter elke noot wel een symbolische betekenis gevonden kan worden. Inmiddels heb ik twijfels over mijn twijfels, acht het niet uitgesloten dat deze grote componisten - hoewel ik eerlijk moet bekennen aan het meeste van heer Bach ook klinkend een hekel te hebben - dit bij de gratie van inspiratie inderdaad uit hun mouw hebben geschud. Dan heb ik het niet over de wel degelijk gecalculeerde 12-toonsmuziek van mensen als Berg, SchŲnberg en Webern, waaraan bepaald reeksen ten grondslag liggen. Door de rigiditeit van het systeem - elke noot is gelijk aan elke andere - moeten alle noten even vaak aan bod komen en dat legt toch wel verregaande beperkingen op, die de muziek beduidend minder toegankelijk maken: muziek voor de linkerhersenhelft dus (zie ook hierover MUZE0511.TXT).

Tja, inspiratie: wat is dat eigenlijk? Mijn woordenboek heeft het over ingeving, inblazing en in tweede instantie over bezieling, waarmee toch dat goddelijke weer enigszins om de hoek komt kijken... Het Latijnse 'inspirare' is letterlijk (iets) inademen, inblazen, waaruit de niet-klassieke betekenis 'in geestesverrukking brengen' in feite direct volgt. Weinig concreet allemaal dus.

Ik zou niet zo gefrappeerd zijn geweest door McCartneys uitspraak als ik niet net een boek over intuÔtie en aanverwante zaken had gelezen. De auteur, die van huis uit theoloog (!) is, Tjeu van den Berk, bepleit in 'De wijsheid van de hersenstam' vooral aandacht te hebben, open te staan voor het leven inclusief onszelf, om niet zozeer andere dingen te zien als wel ze Šnders te zien en zo bij de basis van het leven te komen. We zijn immers tegenwoordig al veel te veel cognitief georiŽnteerd.

Het ziet er naar uit dat ik al op weg ben, althans voor zover het Bach en consorten betreft, maar de eerlijkheid gebiedt me te melden dat dit meer gebaseerd op mijn eigen ervaringen met inspiratie dan op een andere zienswijze. Blijft het feit dat in mijn visie het bidden om inspiratie gelijk staat aan de onmogelijkheid om op bevel te slapen of niet te denken.

PRISKA FRANK


©St. NoPapers

Terug naar overzicht