Warren, Hans

EEN VOLSTREKT EERLIJKE EN VIRTUOZE BOEKHOUDER VAN HET EIGEN BESTAAN


Hans Warren: 'Geheim Dagboek 1975 - 1976'

Over het dagboek als literair genre zijn de meningen zeer verdeeld. Sommigen vinden deze vorm nogal gemakzuchtig en niets met literatuur te maken hebben. Anderen verdedigen het dagboek en wijzen daarbij op wat de groten in het genre aan de wereldliteratuur hebben bijgedragen: de gebroeders Goncourt, Julien Green, Paul Léautaud, Virginia Woolf om er enkele te noemen. Het verstandigste wat er waarschijnlijk over te zeggen valt is, dat sommige dagboeken het predikaat literatuur verdienen en andere niet. Dit laatste wil overigens allerminst zeggen dat het ontbreken van het literaire element (wat in concreto vooral betekent dat er van een zekere stilering sprake is) een dagboek per definitie ongeschikt voor publicatie zou maken.

Een van de oudst bekende en gepubliceerde dagboeken, het dagboek van de Engelsman Samuel Pepys, blinkt bepaald niet uit door literaire hoogstandjes, maar bevat wel een schat aan waardevolle informatie over een turbulente periode in de geschiedenis van het 17de eeuwse Engeland. Pepys was dan ook geen schrijver, maar zakenman.

Dat ook het schrijverschap echter niet noodzakelijkerwijs hoeft te leiden tot literair hoogstaande dagboeknotities blijkt uit de aantekeningen van Lodewijk van Deyssel, die werden uitgegeven onder de titel 'Het Ik, heroïesch-individualistische dagboekbladen'. Dagen achtereen enkel de vermelding dat er niks gebeurd is en voor zover dat wel het geval blijkt, ademen de notities een sfeer van grote landerigheid en verveling. Toch is het terecht dat deze dagboekbladen zijn uitgegeven, omdat ze het beeld van een bekende literair-historische persoonlijkheid com- pleteren, dan wel bijstellen.

In zijn in 1987 verschenen boekje 'Het dagboek als kunstvorm' heeft de Nederlandse dagboekschrijver bij uitstek Hans Warren zijn eigen opvattingen over het genre verwoord. Het dagboek zelf is geen kunstvorm, geen literatuur, maar kan dat wel worden. De auteur die zijn dagboek uitgeeft, aldus Warren, is het echter aan zijn lezers verplicht iets te doen aan de compositie en stilering van het geschrevene.

De moeilijkheid is dan natuurlijk hoe dit gerealiseerd kan worden zonder het authentieke en documentaire karakter van de notities geweld aan te doen. De schrijver 'dient nooit toe te geven aan de neiging een achteraf vanzelfsprekende samenhang aan te brengen. Doe je dat wel dan ben je bezig je dagboekaantekeningen te verwerken tot memoires en er zullen dan onvermijdelijk anachronismen verschijnen die je door de mand doen vallen'.

Overigens is Warren van mening dat stilistische verbeteringen nooit door de bezorger van een dagboek mogen worden aangebracht, maar dat dat recht uitsluitend is voorbehouden aan de auteur.

Warren benadrukt in 'Het dagboek als kunstvorm' dat hij zijn dagboek nooit heeft bijgehouden met het vooropgezette doel om te publiceren. Pas toen hij al een jaar of dertig zijn dagelijkse notities had gemaakt drong zich de vraag aan hem op of ze wellicht de moeite van het uitgeven waard waren.

Tot op heden is de inhoud van de dagboeken dan ook -soms genadeloos- eerlijk en wordt nergens de indruk gewekt dat Warren materiaal achterwege heeft gelaten. En nergens krijgt de lezer het gevoel dat bepaalde aantekeningen op enigerlei manier bewust op een bepaalde manier zijn geformuleerd met het oog op (mogelijke) publicatie. Het onlangs verschenen elfde deel van Warrens 'Geheim Dagboek' loopt t/m december 1976. In 1981 werd het eerste deel uitgegeven. De vraag dient zich aan of er vanaf die periode nog delen zullen verschijnen en of Hans Warren kans heeft gezien om, ondanks de wetenschap dat hij van publicatie verzekerd kan zijn, zijn onbevangenheid, spontaniteit en eerlijkheid te bewaren.

Dat niet elke dagboeknotitie even interessant is, zelfs niet van Hans Warren, bleek trouwens toen in het voorjaar het flinterdunne oorlogsdagboekje (dat in tijd voorafgaat aan het eerste, in 1942 beginnende, deel) uitkwam, het 'Geheim Dagboek 1939 - 1940'. Maar hoewel die notities van de zeer jonge schrijver nauwelijks iets toevoegen horen ze er bij, al was het alleen maar om de reeks zo compleet mogelijk te maken.

Even leek het erop, dat het 'Geheim Dagboek' een verkeerde wending zou nemen. Warrens moeizaam verlopende huwelijk, zijn ambivalente houding in de omgang met zijn kinderen, zijn homoseksuele geaardheid, het waren de belangrijkste ingrediënten van de voorgaande delen, tesamen met zijn passie voor duiven, klassieke muziek (clavecimbel en Scarlatti) en het verzamelen van antiek (met een grote voorkeur voor Indonesische kunstvoorwerpen). In het negende deel (1971-1972) ligt een grote nadruk op de duivenliefhebberij en het antiek, terwijl andere en vooral persoonlijker zaken veel minder aan de orde komen, waardoor het gevaar van een zekere eentonigheid en daarmee verveling voor de lezer dreigde te ontstaan. Welkome afwisseling was de gepassioneerde liefde voor de Italiaan Gianni, waar vanaf het begin echter de doem van een onmogelijke liefde op leek te rusten.

In deel tien (1973 -1975) duikt Gianni af en toe op als een gedachte, een heimweegevoel, maar min of meer als een gepasseerd station.

Centraal staan dan vooral Warrens literaire activiteiten en de scheiding van zijn vrouw Mabel, waarmee het boek eindigt. Dat die scheiding de auteur goed doet en met volle teugen geniet van zijn onafhankelijkheid en vrijheid (alle kinderen behalve zijn zoon Gideon gaan of zijn de deur uit) straalt op bijna elke bladzijde van het boek. Hij zuipt zich laveloos als hij er zin in heeft, zwelgt met dikke tranen in zijn melancholische stemmingen, schaft zich eindelijk de al jaren gewenste clavecimbel aan (Warren schrijft consequent clavecymbel) en is veel op pad: met Gerrit Komrij en zijn vriend, met enkele jongens die hij ontmoet en vooral met Gianni, die op een gegeven dag onverwacht opduikt en regelmatig vertrekt en terugkomt.

De doem over de onmogelijke liefde is allerminst verdwenen, ook al gaan ze met elkaar naar bed (wat niet eerder was gebeurd om allerlei vage redenen, die o.a. te maken hadden met Gianni's passie voor vrouwen!?). Het blijft een spel van aantrekken en afstoten en Warren beseft maar al te goed dat het nooit wat kan worden, hoe moeilijk hij ook van de jongen los kan komen, ondanks alle kritiek die hij bij tijd en wijle op hem heeft.

Opnieuw wordt het literaire wereldje waar nodig schaamteloos te kijk gezet en Warren verbloemd nergens de onzekerheid die hem soms bekruipt bij de kwaliteit en waarde van zijn eigen literaire producten en kunnen, de gedichten misschien uitgezonderd.

Met deel elf van het 'Geheim Dagboek' is de reeks weer helemaal op het niveau waarmee trouwe lezers van de dagboeken in de loop van de jaren verwend waren.

Hans Warren heeft geen accountant nodig. Hij is een volstrekt eerlijke en virtuoze boekhouder van zijn eigen bestaan. Meer dan iemand voor hem in het Nederlandse taalgebied bewijst hij met elk deel opnieuw hoe meeslepend het dagboek-genre kan zijn. En nog echte literatuur ook.

HARRY FLEURKE


'Geheim Dagboek 1975 - 1976'
Hans Warren
Uitg. Bert Bakker - Amsterdam
ISBN 90 351 1309 8
f. 27,50

© St. NoPapers

Terug naar overzicht